Geschiedenis
Van Ter Nose naar Terneuzen
Ter Nose, heet Terneuzen volgens archieven in 1325. Toen al een havenstad:Ter Nose ligt aan open water en er is via de zogeheten Gentsche Vaart een verbinding naar Gent. De huidige Markt is de haven, vanwaar goederen worden overgeslagen voor verder transport per trekschuit. 
Bijna 700 jaar later is Terneuzen is nog steeds een havenstad, niet de minste bovendien. Na Rotterdam en Amsterdam is Terneuzen de derde havenstad van Nederland. Samen met Vlissingen overigens, want beide havens vallen onder het havenschap Zeeland Seaports. De havens bieden veel werk: 18 procent van de totale werkgelegenheid in Zeeland.
Dankzij de ligging aan de Westerschelde heeft Terneuzen door de eeuwen heen van het water en de scheepvaart geleefd, om het zo uit te drukken. Maar in het bijzonder in de laatste halve eeuw heeft de lokale en regionale economie flinke stappen gezet, onder meer met de vestiging van de Amerikaanse chemiegigant Dow.
Voor Zeeuws-Vlaanderen heeft Terneuzen een centrumfunctie. Sinds 2003 is het ook de grootste gemeente van Zeeland, als gevolg van een gemeentelijke herindeling. De bevolking telt 55.000 mensen, waarvan iets minder dan de helft in de stad Terneuzen. De gemeente telt maar liefst veertien kernen.
Sinds de jaren zestig van vorige eeuw ligt er tussen Westerschelde en Kanaal van Gent naar Terneuzen een imposant sluizencomplex, noodzakelijk om binnen- en zeevaart toegang tot de haven van Gent te geven. Per jaar passeren er zo’n 70.000 schepen. De reuzen van de zee zijn er haast aan te raken. Langs het kanaal heeft zich industrie gevestigd.
De sluizen, waaronder de Middensluis (foto Otto Vosveld), en de scheepvaart zijn een toeristische attractie. Tip: wandel eens langs de Scheldeboulevard, met name in de zomermaanden als de traditionele beeldenroute met de scheepvaart om aandacht vraagt. Wilt u meer weten over scheepvaart? Bij de sluizen is het informatiecentrum Portaal van Vlaanderen gevestigd. Hier vindt u in woord en beeld een antwoord op alle vragen over maritiem Terneuzen.
Stad op een landtong
Even een stukje oude geschiedenis. In de loop der eeuwen verandert de naam Ter Nose in Ter Nessen, Neuse, Neuzen en tenslotte Terneuzen. Het zijn allemaal afleidingen van het woord nesse of nisse, wat landtong betekent.
In de tachtigjarige oorlog (1584-1648) is Zeeuws-Vlaanderen -dat tot 1814 Staats-Vlaanderen heet- het toneel van veel strijd. In de regio herinneren de Staats-Spaanse linies inclusief een aantal forten aan die tijd. Bijna 700 jaar later bestaat die Gentsche Vaart alleen nog in een straatnaam en in nog wat restanten, niettemin zijn beide steden nog altijd via water met elkaar verbonden, dankzij koning Willem I die het Kanaal van Gent naar Terneuzen heeft laten graven. Dat was in 1827.De Gentsche Vaart wordt afgesloten en Terneuzen wordt in verband met de strategische ligging gepromoveerd tot vestingstad. De loop van de vestingwerken is nog deels te herkennen in de Lange Kerkstraat en de Nieuwstraat.
Terneuzen groeit uit tot een stevige vesting en er wordt ook een garnizoen gevestigd. De stad houdt de Spanjaarden buiten de deur en als dank voor het verzet verleent Willem van Oranje Terneuzen op 23 april 1584 stadsrechten. Terneuzen krijgt een rechtbank en een weekmarkt. Deze laatste is er nog steeds, elke woensdag, maar de rechtspraak heeft Terneuzen enkele jaren geleden de rug toegekeerd. Het oorspronkelijke kantongerecht op de Markt is er nog wel. Restaurant nu, met als toepasselijke naam ’t Gerecht.
In de tweede helft van de achttiende eeuw veroveren de Franse troepen van Napoleon Bonaparte Zeeuws-Vlaanderen en dus ook Terneuzen behoort dan tot Frans grondgebied. De Westerschelde is de grens tussen Frankrijk en de Bataafse Republiek. In het eerste decennium van 1800 dreigt een Engelse vloot met aan boord 40.000 man en 6000 paarden met een inval in Vlissingen, Terneuzen en Antwerpen met als doel arsenalen en werven onschadelijk te maken. Napoleon zelf komt naar Zeeuws-Vlaanderen om zijn troepen en de afweer langs de Schelde te inspecteren voor een mogelijk treffen. Zover komt het niet. In februari 1814 vertrekken met de val van Napoleon de laatste Fransen uit Terneuzen.
Water brengt Terneuzen welvaart
De aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen in 1827 is voor Terneuzen haast het spreekwoordelijke geschenk uit de hemel. De stad ontwikkelt zich tot een handelsgemeente van formaat. In de jaren zestig van vorige eeuw wordt het kanaal verbreed en komt er bij Terneuzen een nieuw sluizencomplex. Nu, zo’n vijftig jaar later, worden voorbereidingen getroffen voor weer een groter en dieper kanaal én de bouw van nieuwe sluizen om de haven van Gent toegankelijk te maken voor grotere zeeschepen. Daar zal uiteraard ook de
industrie aan de Nederlandse zijde van het kanaal van profiteren. Bestuurders in Gent en Terneuzen hopen dat deze omvangrijke klus rond 2020 zal zijn geklaard.
In de laatste (bijna) tweehonderd jaar heeft België tweemaal geprobeerd Zeeuws-Vlaanderen te ‘annexeren’. Voor het eerst gebeurde dat in 1830 toen Belgische opstandelingen onder leiding van Ernest Gregoire Terneuzen binnentrokken met de bedoeling de hele regio in te nemen. Om onduidelijke redenen vertrok de bende vier uur later weer. Maar de vesting Terneuzen werd daarop snel versterkt met negen bastions, een aantal stadspoorten, kruitkelders en andere gebouwen. De Arsenaalkazerne aan de Nieuwstraat maakte ook deel uit van deze vestingwerken. Nu maakt vooral de horeca dankbaar gebruik van de Bomvrije, zoals het arsenaal in de volksmond heet.
Na afloop van de Eerste Wereldoorlog eist België Zeeuws-Vlaanderen op als compensatie voor de Nederlandse neutraliteit. De bevolking kwam in verzet tegen dit annexatieplan. De Aardenburgse predikant J.N. Pattist schreef in 1919 het Zeeuws-Vlaamse volkslied, dat nog steeds wordt gezongen.
Vanaf 24 mei 1940 kwam Terneuzen onder Duitse bezetting. Op 20 september 1944 werd Terneuzen bevrijd door een onderdeel van een Poolse pantserdivisie. Op dat moment is er evenals ten tijde van Napoleon een slag om de Schelde, als zeer belangrijke aan- en afvoerweg naar Antwerpen. Op 1 februari 1953 kreeg de stad te maken met de gevolgen van de watersnoodramp, echter niet vergelijkbaar met het drama in andere delen van Zeeland en West-Brabant. Het lage gedeelte van het stadscentrum heeft een aantal dagen te kampen gehad met een behoorlijke wateroverlast. Vele vrijwilligers en de hulpdiensten zoals brandweer, en een honderdtal militairen uit Weert hebben veel werk verzet om alles weer op orde te krijgen.
Maritieme verleden onder de aandacht
Van de historie is in de stad overigens weinig bewaard gebleven. Met name sinds de jaren zestig van vorige eeuw zijn onder aansturing van achtereenvolgende gemeentebesturen grachten en waterlopen gedempd en gebouwen gesloopt om plaats te maken voor moderne kantoren en huizen. Inmiddels ijveren plaatselijke historici en ook instellingen ervoor om het water terug in de binnenstad te brengen om op die manier de aantrekkingskracht en de ambiance in het centrum te vergroten. De plannen vergen miljoeneninvesteringen. Niettemin: het maritieme verleden van de stad en de schitterende ligging aan de Westerschelde moet meer worden benadrukt, vinden de voorstanders.De gemeente werkt inmiddels aan plannen, om te beginnen in de voormalige Veerhaven aan de Westerschelde.
(foto Otto Vosveld)
Meer weten over de geschiedenis van Terneuzen? Kijk dan op de website van de Heemkundige Vereniging.